top of page

An Irish Heartbeat in Tallinn

  • daniellestals
  • 1 dag geleden
  • 7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 1 uur geleden

Dit eindessay/reisverslag schreef ik tijdens de creative writing course in English op de universiteit van Tallinn. Bovenaan staat de Engelse versie, daaronder staat de Nederlandse versie:



Last Saturday I left the Netherlands with great expectations. The next chapter of Brave Danielle Wandering the World was about to begin—in Tallinn. When I stepped off the plane and tried to get my suitcase off the baggage carousel, I reverted to my old clumsy self and almost fell flat on my face. Nobody noticed. People seemed completely blind to my dazzling first appearance in Tallinn.

 

When I walked out of the airport, I at least expected a warm welcome from the first taxi driver I approached. Nothing. He just looked at the address, grumbled something in a language probably unknown on this earth, and drove off. He eventually dropped me off at the Old Town Boho Guesthouse.

 

The name sounded as though they would at least welcome their guests. Instead, my mouth fell open. The only thing I saw was a blank door without even a tiny window. The paint was peeling. There wasn't even a sign saying Old Town Boho Guesthouse. Just a keypad lock.

 

This must be a mistake.

 

Nope.


 

It turned out to be a self-service hotel. I thought hotels were supposed to be all about hospitality. I got an instant stomach ache. I immediately called the only helpline that has never failed me. "Mom, this can't be true!"

 

Later I pulled myself together and went exploring the Old Town. It was beautiful, but I had no one to share the experience with. I had a couple of beers to help me adjust to this unexpected reality.

 

The next day I got up, still my old clumsy self. My underpants kept slipping down, and I found myself publicly wrestling with them right in the heart of the city. It didn't matter. Nobody seemed to notice anyway. By then I was getting used to that. When I finally arrived at Tallinn University after getting lost three times, I was welcomed by kind English-speaking people who gave me the reception a glamorous woman deserved.

 

During my first two days in Tallinn I had a few minor mental breakdowns—something that hadn't happened during my writing trip to Tuscany last year or at the silent retreat before that. But in hindsight, I think that made this journey even more valuable. The main character—me—went through an inner transformation.

And today came the grand finale. I said goodbye to the wonderful group and later received a lovely private farewell from the teachers at NOP, an Estonian café.

Why? Because clumsy me had accidentally booked my flight a day too early. The course actually ends tomorrow.


While talking to the teachers, I suddenly felt an Irish heartbeat. They're both originally from Ireland. That earns them the honor of becoming the first real-life characters to make it into one of my Tallinn essays.


My parents have always believed they have Irish souls. They love Ireland so much that they become homesick whenever their holidays there come to an end—even though they weren't born there. I grew up surrounded by a little bit of Ireland. Our conservatory resembles an Irish pub, and much of my cultural education came with an Irish soundtrack. One Very Important Irish Person in our family is the singer Van Morrison.


Sitting at NOP with my Irish teachers, I thought about his song Irish Heartbeat. Throughout history, so many Irish people have left their homeland, carrying Ireland with them wherever they went. Many Irish songs tell of people longing for the hills of Donegal from places like Chicago. Van Morrison gave that longing a name: the Irish heartbeat. Although he travelled the world, he wrote:


"Won't you stay, stay a while with your own ones? For the world is so cold, don't care nothing for your soul you share with your own ones."


That feeling of home was exactly what I found far away from home in Tallinn.

That was what I felt during this course: a beautiful mixture of humor, profoundness and a touch of melancholy. In a place that initially felt completely unfamiliar, I unexpectedly found something deeply familiar.


The most beautiful part of this week? I was given a glimpse into the souls of Irish, American-Finnish, Chinese, French, German and Estonian-American-Dutch writers. Thank you all for your wisdom, your kindness and your creative playfulness.



Later that day I returned to the charming restaurant that looked like Pippi Longstocking’s villa Kullavilla, which I had discovered the day before. There I met a wonderfully spontaneous waitress. She said she felt a strange connection with me as I was scribbling supposedly profound thoughts for this final essay into my notebook.


When I told her I was a professional writer and had been attending the creative writing course at Tallinn University Summer School, she suddenly smiled.


"Oh my God, I'm getting goosebumps. I'm a writer too!"


For the first time in Tallinn, a waitress truly saw me as a unique individual. Simply by being myself.

She showed me around the restaurant. It turned out that the famous Estonian writer Oskar Luts had written one of his best-known works there. Before I left, she told me to come back someday and she would show me the real Tallinn.


I think I will.


As I walked away, I noticed the restaurant was officially called Aamen—the Estonian word for Amen.


Another way of saying, "This is true."


Maybe that's exactly what it meant.


This Tallinn is true.


Not the Tallinn my anxious imagination had created when I first arrived.


I had a good week.


Thank you all.


Amen.

 

Nederlandse versie:


Ierse hartslag in Tallinn

 

Vorige week zaterdag vertrok ik vol verwachting uit Nederland. Het volgende hoofdstuk van Brave Danielle Wandering the World stond op het punt te beginnen – in Tallinn.


Toen ik uit het vliegtuig stapte en mijn koffer van de bagageband probeerde te tillen, veranderde ik onmiddellijk weer in mijn oude onhandige zelf. Ik struikelde en lag bijna languit op de vloer. Niemand zag het. De mensen leken compleet blind voor mijn duizelingwekkende eerste verschijning in Tallinn.


Buiten het vliegveld verwachtte ik op zijn minst een warm welkom van de eerste taxichauffeur die ik aansprak. Niets. Hij keek naar het adres, bromde iets in een taal die waarschijnlijk nergens op aarde gesproken wordt en reed weg. Uiteindelijk zette hij me af bij het Old Town Boho Guesthouse.

Die naam klonk alsof gasten er op zijn minst hartelijk ontvangen zouden worden.


In plaats daarvan viel mijn mond open.


Het enige wat ik zag, was een blinde deur zonder ook maar een klein raampje. De verf bladderde ervanaf. Er hing niet eens een bordje met Old Town Boho Guesthouse. Alleen een cijferslot.


Dit moet een vergissing zijn.


Nee dus.


Het bleek een selfservicehotel te zijn. Ik dacht altijd dat hotels juist om gastvrijheid draaiden. Ik kreeg

acuut buikpijn en belde meteen de enige hulplijn die me nog nooit in de steek heeft gelaten.

"Mam, dit kan toch niet waar zijn?"


Later herpakte ik mezelf en ging ik de oude binnenstad verkennen. Die was prachtig, maar ik had niemand om die schoonheid mee te delen. Dus dronk ik een paar biertjes om een beetje te wennen aan deze onverwachte werkelijkheid.


De volgende ochtend stond ik op, nog steeds mijn oude onhandige zelf. Mijn onderbroek zakte voortdurend af en midden in de stad voerde ik een openbaar worstelgevecht met mijn eigen ondergoed. Het maakte niets uit. Niemand zag het. Daar begon ik inmiddels aan te wennen.

Toen ik – nadat ik drie keer was verdwaald – eindelijk aankwam bij de universiteit, werd ik verwelkomd door vriendelijke Engelssprekende mensen. Eindelijk kreeg ik de ontvangst die een glamoureuze vrouw verdient.


Tijdens mijn eerste twee dagen in Tallinn had ik een paar kleine mentale inzinkingen. Dat was me vorig jaar tijdens mijn schrijfvakantie in Toscane niet overkomen, en ook niet tijdens de stilteretraite daarvoor.

Achteraf denk ik juist dat deze reis daardoor zoveel waardevoller werd.

Het hoofdpersonage – ik dus – maakte een innerlijke transformatie door.


Vandaag volgde de grote finale.


Ik nam afscheid van de geweldige groep en kreeg later zelfs nog een persoonlijk afscheid van de docenten in NOP, een Ests café.


Waarom?


Omdat ik per ongeluk mijn terugvlucht een dag te vroeg had geboekt. De cursus eindigt namelijk pas morgen. Toen ik met de docenten aan het bier zat voelde ik ineens an Irish Heartbeat.

Ze komen allebei oorspronkelijk uit Ierland. Daarmee verdienen ze de eer de eerste echte personages te worden in mijn essays over Tallinn.


Mijn ouders geloven al hun hele leven dat ze Ierse zielen hebben. Ze houden zoveel van Ierland dat ze heimwee krijgen zodra hun vakantie daar voorbij is, terwijl ze er niet eens geboren zijn.

Ik ben opgegroeid met een klein beetje Ierland in huis. Onze serre lijkt op een Ierse pub en een groot deel van mijn culturele opvoeding had een Ierse soundtrack. Eén Very Important Irish Person (VIIP) in ons gezin is Van Morrison.



Terwijl ik daar met mijn Ierse docenten zat, moest ik denken aan zijn nummer Irish Heartbeat.

Door de eeuwen heen hebben zoveel Ieren hun land verlaten, terwijl ze Ierland overal met zich meedroegen. In talloze Ierse liederen verlangen emigranten vanuit Chicago of New York terug naar de heuvels van Donegal. Van Morrison gaf dat gevoel een naam: an Irish heartbeat.

Hoewel hij de wereld rondreisde, schreef hij:


"Won't you stay, stay a while with your own ones? For the world is so cold, don't care nothing for your soul you share with your own ones."


Precies dat gevoel van thuiskomen vond ik, ver van huis, in Tallinn.

Dat was wat deze cursus voor mij was: een prachtige mengeling van humor, diepgang en een vleugje melancholie.


Op een plek die aanvankelijk totaal vreemd voelde, vond ik onverwacht iets heel vertrouwds.

Misschien was dat wel het mooiste van deze week.

Even mocht ik een kijkje nemen in de ziel van Ierse, Amerikaans-Finse, Chinese, Franse, Duitse en Ests-Amerikaans-Nederlandse schrijvers.


Dank jullie wel voor jullie wijsheid, vriendelijkheid en speelse creativiteit.

Later die dag liep ik terug naar het charmante restaurant dat ik een dag eerder had ontdekt en dat me deed denken aan Villa Kakelbont van Pippi Langkous.


Daar ontmoette ik een spontane serveerster. Ze vertelde dat ze een vreemde verbondenheid met me voelde terwijl ik zogenaamd diepzinnige gedachten voor dit laatste essay in mijn notitieboekje zat te krabbelen.


Toen ik vertelde dat ik schrijver ben en een cursus creatief schrijven volgde aan de Tallinn University Summer School, begon ze ineens te glimlachen.


"Mijn god... ik krijg kippenvel. Ik ben ook schrijver."


Voor het eerst in Tallinn zag iemand me echt.


Niet als toerist.

Niet als gast.

Maar gewoon als mezelf.


Ze leidde me rond door het restaurant. Daar bleek de beroemde Estse schrijver Oskar Luts een van zijn bekendste werken te hebben geschreven.


Voordat ik wegging zei ze:

"Kom nog eens terug. Dan laat ik je het echte Tallinn zien."

Ik denk dat ik dat ga doen.


Toen ik wegliep, zag ik dat het restaurant officieel Aamen heette.

Het Estse woord voor Amen.

Een andere manier om te zeggen:


Dit is waar.


Misschien was dat precies de boodschap.


Dít Tallinn is waar.


Niet het Tallinn dat mijn angstige verbeelding had bedacht toen ik hier aankwam.

Ik heb een mooie week gehad.


Dank jullie wel.


Amen.

 



 
 
 
bottom of page