top of page
  • daniellestals

Michael Jackson: dader of ook slachtoffer?


In groep 8 was ik Michael Jackson. Het was 1993. Nog nooit was ik zo’n groot fan van iemand. De ene keer kwam ik het schoolplein op lopen met mijn onderarm in wc-papier gewikkeld en om twee vingertoppen een pleister. Ik ging dan staan alsof ik het vrijheidsbeeld zelve was en schudde met die kont! De andere keer droeg ik een ingezakte nepneus. Ook deed ik soms – als de meester niet keek - de moonwalk op sokken in het klaslokaal. Ik kon niet dansen, ik was letterlijk een held op sokken. Ik herinner me verder nog de glorieuze vertolking van mijn favoriete nummer ‘Give in To me’. Een vriendin met een wilde haardos was Slash en begeleidde me op de luchtgitaar, waarbij ze bijna haar haren in de fik stak met een denkbeeldige sigaret.

Intro voor facebook: Vandaag in de hoofdrol NIET Marco Borsato of de hitsige mannen in The Voice of Holland, maar de iets grotere megaster Michael Jackson. Ik liet mij oorspronkelijk niet geheel leiden door de actualiteit en ben per ongeluk toch hyper actueel geworden… Ik schreef dit stuk vier weken terug. Ik kon toen niet weten dat Nederland in de tussentijd zou ontploffen vanwege BN’ers die zich grensoverschrijdend gedroegen. Me Too is weer hot. Hier komt mijn eigen versie van The rise and fall of Michael Jackson. Het is in bredere zin een universeel verhaal over fan zijn en (gevallen) sterren en het gevaar van godenverering. Met illustratie van Rim Beckers, zoom vooral even in op de neus.





Terug naar het schoolplein:


Bodyguards

In groep 8 was ik dus Michael Jackson. Mijn Michael-manie werkte aanstekelijk. Al gauw had ik fans en verzamelden er zich een paar bodyguards om mij heen: de populairste jongens van de klas Krist, Silvester en Sander. Ik heb nog een foto van mezelf met aan weerszijden een bodyguard tegen mijn schouder, die met de armen over elkaar stoer in de camera kijkt. Ik grijp op de foto naar mijn net ontspruitende boezem en niet naar mijn kruis. Ik was immers toch een wat vrouwelijkere Michael en gaf er zo mijn eigen draai aan. Terwijl ik in de flitslichten van de camera’s keek, riep ik op dat moment ook met een hoog stemmetje: ‘No autographs today!’ Dat hoor je niet op de foto. Het werd me niet door iedereen in dank afgenomen dat ik ineens een beroemdheid was. De meelopers in de klas vonden mij namelijk altijd maar ‘raar’ en ‘lelijk’, dus wat moesten die populaire jongens ineens met mij? “Stomme jongensgek!”, riep een klasgenote die het niet meer aan kon zien. Ik was in ieder geval de ideale Michael, want die was immers ook raar en lelijk.


Oudste fan

Ik voerde op het schoolplein ook de act op van de oudste fan van Michael Jackson. Ik zag haar eens bij Shownieuws. Het was een oma van 88 met een keurig bloemkoolkapsel en een bloemetjesjurk. Oma stond op komische wijze symbool voor de Jackson-gekte die toen nog heerste. Ze had een zwaar Zuid-Limburgs accent. “Ik ben een groooooot fan van Michael Jackson,” vertelde ze trots in de camera, “En mijn kleinzoooon Michael is ooooook een fan van Michael Jackson. En mijn dochter Janet is ooooook een fan van Michael Jackson. En mijn kleinkinderen Latoya, Tito, Jermaine en Randy zijn allemaal oooook een fan van Michael Jackson. Het mooiste vind ik dat lied met de videoclip met die engel: Will You be there,” zei oma met een verliefde blik. Dat nummer vond ik ook heel mooi.


Man-vrouw Zwart-wit

Mijn liefde voor Michael Jackson ontstond op een nacht begin 1993. Hij was nog op de top van zijn roem en redelijk smetteloos. Weinig echte haarscheurtjes behalve heel wat schandalen over een ingezakte neus en een huidziekte. Net als mijn moeder vond ik Michael eerst een engerd. Mijn ma riep later ook regelmatig: “Haal die posters van die engerd eens weg, ik schrik iedere keer als ik je kamer binnenloop.” Maar die nacht in 1993 werd ik aangeraakt door Michael. Ik zag live het legendarische interview met Oprah Winfrey. De hele wereld had het erover en ik raakte ter plekke diep gefascineerd. Michael was een man, maar tegelijk een vrouw. Hij had een hoog stemmetje en droeg lippenstift en mascara. En hij was tevens tegelijk zwart en wit. Hybriditeit ten top. ‘Michael Jackson werd wit voor alle zwarte mensen’, kopte een krant eens. Michael paste in geen enkel hok, dat vond ik fantastisch. Ik paste ook in geen hok en nu had ik Michael gevonden, die nog raarder en lelijker was dan ik en waarmee ik succes oogstte.


Neverland

Ik was een fantasierijk kind en al gauw bedacht ik een hele wereld rond mijn held. En ik denk dat ik niet de enige was. Ik liep rondjes door de achtertuin met de walkman op m’n oren met cassettebandjes Dangerous, Thriller en Bad. Ik verzon dat ik een hooggeëerde bezoeker was in Michaels Neverland pretpark. Ik beleefde er allerlei avonturen. Daar mocht ik rondlopen in een écht Michael Jackson-pakje: rode blouse, zwarte band om de elleboog en een te korte pantalon met witte sokken eronder. Net als al de uitverkoren jongetjes die dat ook mochten. Ik zag ze op Tv. Dat wilde ik ook! Uiteraard mocht ik spelen met Bubbles de aap en sliep ik op Michaels slaapkamer, waar ik hem omhelsde en zoende van geluk. Want ik was namelijk op bezoek bij God zelve!


Op een dag in datzelfde jaar ging mijn droom aan diggelen. Mijn moeder kwam me ophalen na een logeerpartij bij mijn neefje en nichtjes. Ze nam me op schoot en zei ernstig: “Daan, ik moet je iets vertellen”, er volgde een nog ernstigere stilte…. “Michael Jackson is beschuldigd van kindermisbruik.” Ik trok wit weg. Ik dacht: “Het is allemaal mijn schuld. Ik heb onzedige fantasieën over Michael gehad, waarin ik hem zoende en omhelsde. Arme Michael!” Magisch kinder-denken. Ik liet Michael al snel los, gedesillusioneerd. De jaren daarna kreeg ik een verfijndere muzieksmaak, zonder al teveel fantasieën.


Een paar jaar terug zag ik de documentaire Leaving Neverland over de twee jongens die Michael postuum aanklaagden wegens seksueel misbruik. Het kwam allemaal weer boven. De film duurde drie uur. Ik heb muisstil zitten kijken. Ik geloof ze. Het was schokkend (gesteld dat het allemaal echt waar is). Ik had zelf die kinderen kunnen zijn, met mijn Jackson fantasieën, al hield Michael alleen van jongetjes. Het wrange is dat die kinderen er net als ik van droomden om daar te slapen, zonder dat ze van tevoren wisten welke dingen er in die slaapkamer gebeurden. Ik vond het confronterend.


In bed met God

Die jongens maakten het daadwerkelijk mee. Op het moment dat het gebeurde, het misbruik, dachten ze dat het oké was. Kom op ze lagen toch zeker gewoon met God in bed? Hun idool! Ik denk dat ze op hun manier verliefd op hem waren, net als ik. Later pas, toen één van de jongens vader werd, drong het pas echt tot hem door dat het heel erg was wat Michael had gedaan. Hij raakte enorm in de knoop. Voor het leven beschadigd. Het is natuurlijk ook verschrikkelijk en Michael was helemaal fout. Toch bleven de jongens altijd loyaal aan hem. Net als de twee slachtoffers zelf blijf ik toch nog op een bepaalde manier van Michael houden – hij blijft mijn jeugdheld - , maar tegelijk walg ik van hem. Ik denk dat er ouders van mijn leeftijd met ingehouden woede naar de documentaire hebben gekeken. “Stel je voor dat het mijn kind was!”, denk je dan. En toch was hij misschien ook hun jeugdheld. Voel je het spanningsveld?


Ik probeer het soms te verklaren. Ik weet niet waarom, misschien wil ik ergens wel een kleine ‘apologie’ voor hem houden. ALLEEN voor Michael. Is Michael misschien de meest tragische held die de 20e eeuw heeft voortgebracht? Een man voor wie wereldwijd standbeelden werden opgericht, een eer die verder vooral dictators te beurt valt. Hij was de celebrity der celebrities. Stardom nam nooit meer zo’n hoge vlucht na Michael. Hij werd als een god vereerd, net als de rest van de sterren trouwens. We kennen de beelden. Vrouwen deden bij concerten wie het mooist flauw kon vallen en zetten het bij zijn aanblik op een geëxalteerd gillen. De paparazzi waren overal. Hij werd achtervolgd door hordes idolate fans, kon nooit alleen over straat. Tot zover een normale ster. Het ergste wat hem natuurlijk nadrukkelijk onderscheidt van alle andere sterren: hij stond al als klein kind in de schijnwerpers en sindsdien bleef de tijd stilstaan. Hij bleef – terwijl het waanzinnige circus dagelijks doordraaide - altijd het kind dat hij nooit had mogen zijn. Daarom had hij ook kinderliefdes. Logisch. Je hoeft geen Freud te zijn om dat te begrijpen. En na de eerste beschuldigingen werd hij steeds meer de grootste gevallen ster op aarde. Bij ieder schandaal verbleekte hij een beetje meer en zakte zijn gezicht symbolisch steeds verder in elkaar. Ik kon het moeilijk aanzien. Velen zouden er nog volgen. Gevallen sterren. “O jee, me too?”, dachten ze één voor één.


God is dood

Roem en macht doen rare dingen met mensen. Maar die mensen zijn ook geen goden. ‘God is dood’, zei Nietzsche. En bij gebrek aan een echte God, verheffen we sinds de 20e eeuw artiesten tot die status. Michael Jackson is dood. Wij hebben hem met onze verering misschien een beetje vermoord, om vrij vertaald met Nietzsche te spreken. Simpelweg door een God van hem te maken, waardoor hij zich god ging voelen en dus oppermachtig en door hem later weer een paar kopjes kleiner te maken en van zijn voetstuk te werpen. Gewoon door de massahysterie. De huizenhoge verwachtingen en de oordelen. Ook de media, de roddelmachine en de muziekindustrie zaten in het complot. Is het gek dat hij compleet verknipt raakte? Het lag echt niet allemaal aan zijn boze vader. Ik schrijf niet graag in de ‘wij-vorm’ omdat het zo moraliserend klinkt. In dit geval doe ik het toch. Ik maak je medeplichtig. We zijn nu partners in crime, snap je? Wij waren namelijk de zwijgende (aanbiddende en/of tabloid-lezende) massa. En zo hebben ‘we’ ook Kurt Cobain en Amy Winehouse en Witney Houston een klein beetje vermoord. En nog een eindeloze reeks van sterren die 27 jaar of ouder werden en die geen echte God waren en die rol dus ook niet konden dragen. De drugs verdoofden maar tijdelijk. Zij zaten dan gelukkig niet aan kinderen of aan volwassenen. Weer andere volwassen sterren zaten weer wel aan jongeren of volwassen, omdat ze nu eenmaal dachten dat zij dat wel mochten. Aan die daders ga ik hier geen alinea vuil maken. Bij Michael is het toch net iets anders. Oké ik chargeer in dit Michael Jackson-verhaal natuurlijk. Maar het is soms interessant om de schuldvraag eens 180 graden te draaien. Gewoon als gedachtenexperiment.


Only human

Ik ben bijna klaar. Ik luister nu nog eens naar Will You Be There. Het lied met de engel, het nummer dat de oudste fan van Michael Jackson het mooist vond. Misschien laat hij zich hier het meest kennen. Hij zingt het lied voor die engel, een wezen dat nog hoger is dan hijzelf en vertrouwt haar toe: ‘Everyone’s taking control of me/ seems that the world’s got a role for me/ I’m so confused will you show it to me/you’ll be there for me and care enough to bear me.’ Michael Jackson is ernstig in de war. Hij zoekt troost en wordt gedragen door de engel. En dan roept hij ineens ‘But I’m only human!!’ Hij blijft het herhalen en roept het steeds radelozer ‘I’m only human!!’ De engel hoort hem. Niemand luistert verder misschien, maar Michael Jackson was een mens. Geen God... De engel huilt stilletjes.

Comments


bottom of page