top of page
  • daniellestals

'Verboden' boek in moslimland

Ik heb een ‘verboden’ boek gelezen! Ik dacht: nu grijp ik mijn kans. De laatste keer dat ik zo’n boek las, was in het eerste jaar van mijn opleiding: het 19e eeuwse Madame Bovary over een overspelige echtgenote. Inmiddels weten we waarom het boek twee eeuwen terug verboden moest worden. Tegenwoordig zijn er meer overspelige dan getrouwde vrouwen, toch zeker?! En waar haalden die hun inspiratie vandaan denk je?...





geëxcommuniceerd

Maar goed, ik las ‘Ik ga leven’ van Lale Gül. Het boek is niet letterlijk ‘verboden’ natuurlijk, maar het verhaal – waarin een meisje uit een streng orthodox Turks gezin een kritisch relaas houdt over haar naasten en hun cultuur - deed wel veel stof opwaaien. In de Turkse gemeenschap zijn er heel wat vrijzinnige mensen die het wel oké vinden dat ze het boek schreef, ‘vrijheid van meningsuiting’ namelijk. Maar er zijn ook mensen die er boos of beledigd door raakten. Een enkele gek bedreigde Lale met de dood en ze werd door verschillende naasten enigszins geëxcommuniceerd. Niet fraai. Ik als cultuurwetenschapper raakte door al deze commotie natuurlijk nieuwsgierig. Want wat vind ik nu als nuchtere buitenstaander van dit boek? Gül zelf en andere Turkse mensen haasten zich te zeggen dat de Turkse gemeenschap heel divers is, dat er veel mensen zijn die allerlei Westerse vrijheden genieten. Die een vrolijke minder dogmatische versie van de Islam aanhangen en die bepaalde grappen prima kunnen waarderen.


Orthodox

Het boek gaat dus enkel om dit verhaal en niet perse over ‘de’ gemeenschap in het algemeen, want die bestaat niet letterlijk als zodanig. Het verhaal gaat zo: Büsra groeit op in een streng orthodox Turks gezin. Ze leidt een dubbelleven, ze gaat ’s ochtends met hoofddoek de deur uit – doet die onderweg af en make upt in de bus. Ze moet ’s avonds vroeg thuis zijn, mag nooit uitgaan, moet vijfmaal per dag bidden anders gaat ze naar de hel en moet vooral trouwen met een rechtschapen Turkse man, anders wordt ze uit de familie gezet. En daar gaat het echt fout. Ze is dolverliefd op Freek, de liefde van haar leven, maar ze moet hem verborgen houden voor haar wereld. En daar zit de grootste pijn. Ik kan me voorstellen dat zoiets ook heel pijnlijk is. ‘Ik wil gewoon mezelf zijn’, verzucht ze aan het eind van het boek, na een jarenlange strijd met haar moeder. In het boek voert ze constant de innerlijke strijd tussen loyaliteit aan haar mensen en niets ontziende rebellie. Dat raakt me.


Gesnikkelden

Mijn eerste indruk van het boek is: ‘ik vind het regelmatig vermakelijk, maar ook erg onaardig en pijnlijk en het stemt tot nadenken.’ Hoewel het over serieuze zaken gaat, is het vaak met humor geschreven. Büsra spreekt niet al te respectvol over haar moeder, die ‘verwekster’, alias ‘karbonkel’ alias ‘mijn moeder’, genoemd wordt. Moeder geeft haar ‘gesnikkelde’ broer - lees man - veel meer rechten dan haar. Die dubbele moraal wordt vaak aangehaald. Ze noemt mannen steevast ‘gesnikkelden’, wat ik op zich een grappige term vind. Ik hou hem erin! Lale doet ook aan taalvernieuwing. Er staan nieuwe uitdrukkingen in het boek, zoals ‘zij gooide de hoofddoek in de ring’ en ‘hier kon ze toch echt geen baklava van maken!’ Eigenlijk is het boek deels satire. Tot zo ver oké. Dat is de zachte kant.


Hardvochtig

Maar er is ook een harde kant. Büsra is hardvochtig en onvriendelijk tegen haar milieu. Het boek is een grote aanklacht, zonder al te veel nuance. Ze kijkt neer op haar cultuur. Ze bevuilt eigenlijk haar eigen nest een beetje, pagina na pagina. Ik zou het als schrijver nooit over m’n hart verkrijgen om zo over mijn eigen mensen te schrijven. Al hoeveel erop af te dingen viel. Maar het is natuurlijk kunst, dus het mag. Büsra is wat pretentieus – debiteert de ene na de andere ellenlange zin. Ze heeft iets te bewijzen, lijkt het. Zij is slimmer dan de rest (probeert ze met die lange zinnen soms Salman Rushdie te imiteren? Wil ze de nieuwe duivelsverzen schrijven?) - en soms genadeloos. En in die zin ben ik het eens met bepaalde negatieve kritiek op het boek. Maar het is anderzijds ook een kunst om een hoofdpersoon te creëren waar lezers zich aan kunnen ergeren. En bovendien is het een kunstwerk en we mogen de schrijver niet gelijkstellen aan de hoofdpersoon.


Cultuurkritiek

Er zit echter ook serieuze cultuurkritiek in ‘Ik ga leven’. Daar wordt het interessant. Er worden vragen gesteld over de manier waarop orthodoxen de Islam belijden, over de maagdelijkheidscultus, het moeten dragen van de hoofddoek en de dwang op het gebied van trouwen. Dat is heel goed. Als ze maar met meer mededogen over haar mensen had geschreven, minder formeel en die humor had behouden, dan was het project zeer geslaagd en had het echt een gesprek op gang kunnen brengen. Zonder al te veel irritaties.


Botsende generaties

En als ik door de tirade heen kijk, zie ik in ‘Ik ga leven’ ook gewoon the clash of generations. Botsende generaties. Ik moet denken aan een tijd niet lang geleden in de jaren ’50, ’60 en misschien ‘70 toen ook bij Nederlanders de gemeenschap heilig was, met in het midden de kerk. En ik ‘herinner’ mij dat mijn oma in haar geblokte detectivejas iedere zaterdagavond op een christelijk uur op het raampje van de Eend klopte – alwaar mijn ouders hevig afscheid namen - en mijn moeder sommeerde naar binnen te komen. Ik ‘herinner’ mij ook dat mijn grootmoeder – vrede zij met haar - gestorven is in de zalige veronderstelling dat mijn moeder als vrome maagd het huwelijk in ging. Wat me beklemmend lijkt is de macht oftewel de ogen van de gemeenschap, die sociale controle. In onze literatuurgeschiedenis zijn er natuurlijk talloze boeken geschreven die de macht, lees de oudere generatie, uitdaagden. Rebellen hebben de weg bereid voor deze vrije jeugd.


Wat zullen de mensen zeggen?

Twee jaar terug ging ik met een paar vrienden naar een film op het Rotterdams filmfestival, samen met onze vriend Mo uit Iran. De film heette ‘What will people say?’ en hij ging over de meedogenloze sociale controle binnen sommige (Islamitische) gemeenschappen. Hij herkende die priemende ogen. De roddels. ‘Zo is het soms echt!’, zei hij. We hebben ons er hier een beetje van losgemaakt. Onze vrijheden bevochten. Dit boek is in die zin belangrijk omdat het bruusk de discussie aangaat met de oudere generatie en daar hoort ook die rebellie bij. Het schuurt, het doet pijn en Lale hangt rücksichlos de ‘voeele was’ buiten. Maar schrijvers in de jaren ’60 ‘70 provoceerden toch ook? Jan Wolkers, Jan Cremer. Het ging hier ook niet zonder slag of stoot. Ware culturele emancipatie komt van binnenuit een cultuur en het doet ook pijn. Daarom is dit in zekere zin een baanbrekend boek. Wij kunnen wel tegen moslims zeggen ‘doe eens niet zo overdreven over jullie profeet. Een beetje humor mag toch wel?’ Maar een cultuur verander je niet van buitenaf. Het waren ook christenen die de gekruisigde Jezus in Life of Brian ‘always look on the bright side of life’ lieten zingen. En ineens mochten we een grapje maken over het geloof. We hebben zelf die ruimte bevochten. En in die zin is Lale een held die op de barricades staat!


Allah in Europa

Een paar jaar terug zag ik de serie Allah in Europa, waarin islamieten in allerlei Europese landen mooi en respectvol geportretteerd worden en waarin ook ruimte is voor stevige kritiek op bepaalde stromingen. De serie eindigt met de volgende conclusie: ‘De ware strijd is niet de strijd tussen de Islam en het Westen. De ware strijd is de strijd binnen de Islam zelf. De strijd tussen zij die een vrijer en moderner geloof willen en zij die orthodox willen zijn.’ En zo is het. Wie weet wat de toekomst onze moslims brengt? Inshallah.





Commentaires


bottom of page